14-01-2022

Actieve provisietransparantie

Het invoeren van wetgeving over actieve provisietransparantie bij schadeverzekeringen hangt al lang boven de markt. Het lijkt er binnenkort toch echt van te komen. De vraag is of er bij schadeverzekeringen wel een probleem is dat hiermee zou moeten worden opgelost. En als er een probleem zou zijn, of de voorgestelde actieve provisietransparantie wel de juiste manier is om dat op te lossen. In deze bijdrage leg ik uit waarom minister Hoekstra met de gekozen insteek de plank mis slaat.

In 2017 verscheen de evaluatie van het provisieverbod bij complexe en impactvolle producten. Daarbij is ook gekeken naar de markt voor schadeverzekeringen. De uitkomst was dat een provisieverbod bij schadeverzekeringen niet nodig was, maar dat onderzocht kon worden of er meer provisietransparantie betracht zou moeten worden.

De minister van financiën heeft dat advies ter harte genomen. In januari 2018 kondigt hij in een brief aan de Tweede Kamer aan dat hij van plan is om de mogelijkheid te onderzoeken van actieve provisietransparantie bij schadeverzekeringen. De minister gaat daar vervolgens voortvarend mee aan de slag. In januari 2019 deelt hij mee aan de Tweede Kamer dat hij besloten heeft om daadwerkelijk over te gaan tot het invoeren van actieve provisietransparantie.

Doel actieve provisietransparantie

In deze kamerbrief geeft de minister ook inzicht in het doel dat hij met de regeling beoogt. Het doel van de regeling is niet om misstanden rondom provisies tegen te gaan. Want er geldt sinds 2013 al een provisieverbod bij complexe en impactvolle producten. En voor schadeverzekeringen geldt er sindsdien al een verbod op (omzet gerelateerde) bonusprovisies. In de markt voor schadeverzekeringen zijn ook geen grote incidenten bekend.

Bovendien was er in 2017 al passieve provisietransparantie ingevoerd. Dat wil zeggen dat de bemiddelaar al gehouden is om op verzoek van de klant transparant te zijn over de provisie die hij ontvangt. Wat is het doel dan wel? De minister wijst erop dat uit onderzoek van de AFM is gebleken dat klanten nauwelijks gebruik maken van hun recht om te vragen om provisietransparantie. Dit zou kunnen betekenen dat het hen niet erg interesseert wat de bemiddelaar verdient, zo lang zij de uiteindelijke premie van de verzekering maar acceptabel vinden.

Maar de minister heeft een andere opvatting. Mogelijk, zo stelt de minister, vragen klanten er niet naar omdat zij überhaupt niet bekend zijn met provisie. En volgens de minister is het jammer als die vraag niet op tafel komt. Want als de klant op de hoogte is van de provisie die de bemiddelaar ontvangt, dan zal hij volgens de minister ook sneller geneigd zijn om te vragen naar de dienstverlening die daar tegenover staat. Daarom zou het nuttig en nodig zijn om de actieve provisietransparantie in te voeren.

Wonderlijke keuze

Dat is een wonderlijke keuze. Op zich valt toe te juichen dat een gesprek wordt gestimuleerd over de dienstverlening. Maar daar zijn al regels voor. Met name ten aanzien van informatie die een adviseur of bemiddelaar precontractueel aan de klant moet verstrekken. Denk aan de dienstenwijzer en dienstverleningsdocumenten. Maar dat is kennelijk nog niet genoeg. Want het doel van de voorgenomen regeling is zoals gezegd dat het goed is als de klant beter weet op welke dienstverlening hij recht heeft tijdens het advies- en bemiddelingstraject en tijdens de looptijd van het gekozen product.

In dat licht is niet te begrijpen waarom de minister niet kiest voor meer transparantie ten aanzien van dienstverlening, maar voor meer transparantie over de verdiensten, in de hoop dat de klant vervolgens zelf vraagt naar de dienstverlening. De minister maakt nergens duidelijk waarom hij voor deze merkwaardige omweg kiest.

Wat de minister daarbij ook miskent, is dat provisie geen rechtstreekse beloning is. De hoogte en het moment van uitbetalen van provisie hoeft geen enkel verband te houden met de diensten die voor een specifieke klant worden verricht. Inherent aan het systeem van provisie is bovendien de subsidiërende werking. Over de verzekeringen van sommige klanten ontvangt de adviseur meer provisie dan de dienstverlening voor die klanten rechtvaardigt. Maar daar staat tegenover dat hij voor andere klanten juist te weinig provisie ontvangt.

In dit verband is overigens goed om vast te stellen dat met name bij particuliere klanten, ten aanzien van wie volgens de minister de transparantie betracht moet worden, vaak juist minder provisie wordt ontvangen dan de dienstverlening rechtvaardigt. Het heeft dan ook niet veel zin om de omvang van de provisie met de klant te delen. Je kunt dat bedrag immers niet relateren aan de dienstverlening voor deze specifieke klant.

En het zegt een klant ook niet veel als hij hoort wat een bemiddelaar aan provisie ontvangt. Want hij heeft geen inzicht in de kostprijs van de dienstverlening. Dus kan hij niet beoordelen of hij op basis daarvan recht zou moeten hebben op veel of weinig diensten. De klant kan alleen beoordelen of hij de totale prijs van de verzekering acceptabel vindt. Daar komt nog bij dat het hier gaat om particuliere schadeverzekeringen, met overzichtelijke premies en maximaal 20% provisie. Het gaat dus doorgaans alleen om bescheiden bedragen.

Als een particuliere klant hoort dat de bemiddelaar voor zijn verzekeringen maar een paar tientjes aan provisie per jaar krijgt, zal hij eerder verbaasd zijn dat de bemiddelaar daarvoor het hele advies- en bemiddelingstraject kan doorlopen en hem ook nog van dienstverlening tijdens de looptijd van de verzekeringen kan voorzien. Ook daarom valt niet te verwachten dat klanten actief gaan vragen om dienstverlening die zij niet al automatisch krijgen.

Wie moet transparant zijn?

Het gekozen middel is dus bepaald niet de meest geschikte manier om het beoogde doel, een gesprek over de dienstverlening, te bewerkstelligen. Daar komt nog bij dat de voorgenomen uitwerking van regeling ook niet goed doordacht is, waardoor het beoogde doel nog verder uit het zicht raakt. Want bij bestudering van die uitwerking dringen zich direct een aantal belangrijke vragen op.

De eerste vraag is wie er transparant zou moeten zijn. Uit de parlementaire stukken blijkt dat de verplichting zou moeten gaan gelden voor de bemiddelaar én de adviseur. Dat is ook overgenomen in het concept wetsvoorstel uit 2020. Deze keuze is gek en mijns inziens onjuist. Provisie wordt weliswaar in het Bgfo gedefinieerd als beloning voor het bemiddelen in of adviseren over een verzekering. Maar in de praktijk heeft alleen de bemiddelaar aanspraak op provisie.

Die aanspraak is immers contractueel geregeld in de samenwerkingsovereenkomst tussen aanbieder en bemiddelaar. En geldt voor de verzekeringen die behoren tot de portefeuille van de bemiddelaar. Partijen die alleen adviseren (zoals financieel planners) hebben geen agentschappen bij verzekeraars, hebben met hen geen samenwerkingsovereenkomst gesloten, hebben geen portefeuille in de zin van de Wft en ontvangen dus ook geen provisie.

Een verwijzing naar de adviseur is dus niet nodig. Als het gaat om een bemiddelaar die ook heeft geadviseerd, dan is hij al verplicht om transparant te zijn omdat hij bemiddelt. De adviseur die niet bemiddelt kan helemaal niet transparant zijn over de provisie, want die ontvangt hij niet. En hij heeft ook geen inzicht in de provisie die een eventuele bemiddelaar ontvangt. Dus is niet terecht dat ook op die adviseur een transparantieverplichting zou komen te rusten.

Wanneer moet je transparant zijn?

De tweede vraag is wanneer de adviseur of bemiddelaar het gesprek over de provisie zou moeten voeren met de klant. De minister schreef aanvankelijk dat dit in ieder geval precontractueel zou moeten gebeuren, waarmee hij doelde op de fase voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst (in de kamerbrief spreekt hij overigens per abuis over “verkoopovereenkomst”). En dit standpunt heeft hij altijd gehandhaafd.

In het concept wetsvoorstel uit 2020 is bepaald dat ten aanzien van de adviseur het gesprek dient plaats te vinden uiterlijk tegelijk met zijn advies en ten aanzien van de bemiddelaar voorafgaand aan de totstandkoming van de verzekering. Nu er wordt gesproken over “uiterlijk”, zou je kunnen denken dat je als bemiddelaar of adviseur wel de keuze hebt om het gesprek eerder te voeren. Bijvoorbeeld al tijdens het intakegesprek met de klant. Maar dat is praktisch gezien niet mogelijk door de manier waarop de regeling er volgens de huidige plannen uit gaat zien.

Dat zit als volgt. Bij het vormgeven van de actieve provisietransparantie kan een keuze gemaakt worden voor transparantie in de vorm van gemiddelde provisiepercentages, of voor nominale transparantie, dus de daadwerkelijke provisie in euro’s. In het concept wetsvoorstel dat in 2020 ter consultatie is voorgelegd, was de keuze gemaakt voor transparantie in de vorm van (gemiddelde) percentages. De minister heeft vervolgens aangekondigd dat hij naar aanleiding van de consultatie verder in gesprek zou gaan met marktpartijen.

In juli 2021 heeft de minister na overleg met het Verbond van Verzekeraars en de Consumentenbond bekend gemaakt dat hij uiteindelijk toch een keuze gemaakt heeft voor nominale transparantie. Dat betekent dat je het gesprek met de klant over de provisie pas kunt voeren nadat het advies- en bemiddelingstraject is afgerond en er offertes zijn opgevraagd en verkregen. Want pas dan weet de bemiddelaar hoe hoog de premie is en dus wat in euro’s de provisie zal worden.

Dat de bemiddelaar op die manier gedwongen wordt om pas op dat moment een gesprek over de provisie te voeren is gek en onjuist. Het doel van de wetgeving was immers om ervoor te zorgen dat er een gesprek op gang komt over de omvang van de dienstverlening waar de klant recht op heeft. Dan ligt voor de hand dat dit gesprek gevoerd wordt in de intakefase, als de klant een keuze moet maken of hij met deze adviseur of bemiddelaar in zee gaat. En dus niet pas als hij al lang voor de betreffende partij gekozen heeft. Daarbij is van belang dat provisie niet alleen een beloning is voor dienstverlening tijdens de looptijd, maar ook voor de dienstverlening tijdens het advies- en bemiddelingstraject.

Aldus beschouwd, is het dus niet gek dat bemiddelaars en adviseurs niets voelen voor de voorgestelde regeling. Het is in deze vorm een niet goed werkende oplossing voor een probleem dat niet bestaat. Het is dus te hopen dat de minister nog op zijn schreden terugkeert, of dat de regeling nog op een goede manier wordt aangepast.

Dienstverlening beter inzichtelijk maken

Dat laat onverlet dat het in mijn ogen goed zou zijn als bemiddelaars nog meer stappen zouden zetten om hun dienstverlening beter inzichtelijk te maken voor hun klanten. Zij doen dit al op een goede manier bij de producten die vallen onder het provisieverbod, zoals hypotheken, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en pensioenen. Daar hanteren zij meestal heldere opdrachtbevestigingen waarin inzichtelijk gemaakt wordt welke diensten er geleverd worden, zowel in het kader van het advies- en bemiddelingstraject als tijdens de looptijd.

Bij schadeverzekeringen, zeker in de particuliere markt, wordt er echter meestal niets schriftelijk vastgelegd. Dat leidt nogal eens tot misverstanden en problemen. De meeste zorgplichtclaims bij het Kifid komen voort uit een mismatch tussen wat de bemiddelaar biedt en wat de klant verwacht had. Schriftelijke vastlegging helpt om die mismatch te voorkomen. En het heeft ook aanvullende voordelen.

Veel van de diensten van de bemiddelaar spelen zich voor de klant af achter de schermen. Vaak weet de klant dus niet eens goed wat de bemiddelaar allemaal voor hem doet. Het is goed om dat inzichtelijk te maken. Want adviseurs en bemiddelaars hebben een ongelofelijk mooi en belangrijk vak. Dat mogen zij met trots uitdragen. Hopelijk zorgt dat ervoor dat ook politici hen niet meer zien als beroepsgroep die te weinig voor hun geld zouden doen. Dat beeld is immers onterecht.

Dit artikel is gepubliceerd op VAST 2021 / P048

Klik hier voor een gerelateerd artikel over dit onderwerp

Onze expertises

  • toezichtwetgeving (waaronder vakbekwaamheid en beloning);
  • bedrijfsovername en portefeuilleoverdracht;
  • verzekeringsrecht en aansprakelijkheidsrecht;
  • arbeidsrecht;
  • samenwerking met aanbieders of tussen intermediairs onderling;
  • nieuwe distributiekanalen.

Onze expertises

Wij stellen de bedrijfsvoering, de klant en het personeel van intermediairs centraal

Bedrijfsovername

  • Due Diligence Onderzoek (DDO)

  • Onderhandelen

  • Contracten opstellen

Geschillen

  • Dekkingsgeschillen

  • Aansprakelijkheidskwesties

  • Aandeelhoudersgeschillen

Financieel toezicht

  • Advies Wft / Bgfo

  • Vergunning

  • Beheerst beloningsbeleid

Contracten

  • Opstellen overeenkomsten

  • Beoordelen (polis) voorwaarden

  • Herschrijven voorwaarden op B1-niveau

  • Gespecialiseerd

    in de financiële branche

  • Advies en begeleiding

    bij aan- of verkoop van een assurantieportefeuille

  • Specifiek

    gericht op het intermediair

  • Klankbord en adviseur

    bij geschillen tussen diverse partijen

Polis Advocaten in

Wilt u meer weten of wilt u persoonlijk kennismaken?
Neemt u dan gerust contact met ons op.

  • Adres

    Laan van Nieuw Oost-Indië 133C
    2593 BM Den Haag