29-11-2021

De zorgplicht van een adviseur na opzegging van de verzekeringsovereenkomst

Hof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2021:9122

Als een verzekeringnemer wordt geconfronteerd met een opzegging door de verzekeraar van de verzekeringsovereenkomst, mag van de adviseur verwacht worden dat deze in actie komt om tijdig de te verzekeren risico’s elders onder te brengen. In deze zaak buigt het hof zich, in navolging van de rechtbank, over de vraag of de adviseur zich in voldoende mate heeft ingespannen om voor zijn klant nieuwe verzekeringsdekking te kunnen bewerkstelligen. De casus was als volgt.

X is een onderneming die zich onder meer richt op het reinigen van mestsilo’s en het verrichten van onderhoud en reparaties aan mestopslagen. X heeft een AVB-polis bij ASR. Die AVB-polis biedt zowel dekking voor algemene bedrijfsaansprakelijkheid als specifiek voor werkgeversaansprakelijkheid. In juli 2012 laat ASR aan X weten dat de verzekeringsovereenkomst op de contractvervaldatum per 16 april 2013 zal worden beëindigd vanwege het schadeverloop.

Bedrijfsongeval

Op 19 juni 2013 vindt een ernstig bedrijfsongeval plaats. Tijdens het reinigen van een mestsilo zijn twee personen die ten behoeve van het bedrijf van X werkzaam waren om het leven gekomen. Een van hen was door X als uitzendkracht ingeleend van een uitzendbureau. Achmea, de aansprakelijkheidsverzekeraar van het uitzendbureau heeft de schaderegeling ter hand genomen en de erven van één van de benadeelden schadeloos gesteld. Achmea, als gesubrogeerde verzekeraar, pleegt regres op X.

In die procedure heeft X haar adviseur, te weten Bénnel Groep (voorheen: Boelaars & Lambert) in vrijwaring opgeroepen. Door X wordt in de vrijwaringsprocedure aan Bénnel het verwijt gemaakt dat zij voor dit bedrijfsongeval geen verzekeringsdekking heeft. De AVB-polis bij ASR was immers per 16 april 2013 beëindigd en er was ten tijde van het bedrijfsongeval nog geen nieuwe AVB-polis gesloten die ook dekking bood voor werkgeversaansprakelijkheid. X vordert dat Bénnel zal instaan voor de aan Achmea te betalen schadevergoeding. X legt daaraan ten grondslag dat Bénnel onvoldoende heeft gedaan om (tijdig) een nieuwe AVB-polis te sluiten en dat Bénnel heeft nagelaten om X te informeren dat er na 16 april 2013 geen dekking was voor schade als gevolg van werkgeversaansprakelijkheid.

Zorgplicht adviseur

Bénnel verweert zich tegen de aantijgingen van X en zij vindt in eerste aanleg de rechtbank daarbij aan haar zijde. X laat het daar niet bij zitten en zij legt de zaak voor aan het hof. Door X wordt daarbij van de gelegenheid gebruik gemaakt om via een voorlopig deskundigenonderzoek antwoord te krijgen op –onder meer- de vraag of het mogelijk was om dekking te krijgen voor het risico van werkgeversaansprakelijkheid. In het rapport van de door het of benoemde deskundige wordt op deze vraag ontkennend geantwoord.

Uit de daaropvolgend door X tegen het vonnis geformuleerde grieven volgt dat X aan Bénnel verwijt dat deze te weinig informatie heeft verstrekt, te laat een nieuwe verzekeraar is gaan zoeken en niet heeft gewaarschuwd voor de risico’s van het ontbreken van dekking voor werkgeversaansprakelijkheid. Geen van deze verwijten treft volgens het hof doel. Het hof stelt voorop dat sprake was van een overeenkomst van opdracht tussen X enerzijds en Bénnel anderzijds. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie is het de taak van de adviseur om te waken voor de belangen van de verzekeringnemer bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Ook dient een adviseur tegenover zijn klant de zorg te betrachten die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot mag worden verwacht.

Eén aanbod

Het hof geeft invulling aan dit toetsingskader door middel van het vaststellen van de feiten in deze zaak, op min of meer gelijke wijze als de rechtbank. Daaruit blijkt dat Bénnel direct na de aankondiging van ASR een aantal verzekeraars benaderd heeft met de vraag of zij bereid waren een AVB-polis aan X aan te bieden. Een deel van die benaderde verzekeraars gaf toen al op voorhand aan niet bereid te zijn een verzekeringsovereenkomst met X te willen sluiten, vanwege de bedrijfsactiviteiten van en het aanzienlijke schadeverloop bij X.

Slechts één verzekeraar was bereid aan X tegen een acceptabele premie een aanbod voor een aansprakelijkheidsverzekering te doen maar slechts onder de voorwaarde dat er eerst meer risico-informatie over het bedrijf van X aan haar ter beschikking werd gesteld. De daartoe benodigde RI&E-rapportage werd pas op 20 maart 2013 door X aan Bénnel ter beschikking gesteld, waarna de aanvraag voor de AVB-polis kon worden ingediend.

Op 8 mei 2013 werd met terugwerkende kracht per 16 april 2013 voorlopige dekking voor de bedrijfsaansprakelijkheid bewerkstelligd. Maar het was Bénnel nog niet gelukt om ook dekking voor werkgeversaansprakelijkheid te realiseren. Bénnel heeft toen op 12 juni 2013 aan X laten weten dat het X vrij stond om via een andere adviseur te proberen de dekking voor werkgeversaansprakelijkheid te realiseren. Door Bénnel is X via sms en e-mail voortdurend op de hoogte gehouden van de stand van zaken.

Beoordeling gerechtshof

Het hof is van oordeel dat X gelet op de mededelingen van Bénnel wel degelijk wist dat de dekking onder de AV B-polis van ASR per 16 april 2013 zou eindigen. Daarmee was het volgens het hof bij X bekend dat er voor werkgeversaansprakelijkheid per 16 april 2013 geen dekking meer bestond. Het hof benadrukt dat X een professionele partij is en dat de zorgplicht van Bénnel niet zover reikt dat zij aan X had moeten adviseren haar bedrijfsactiviteiten te staken. Het hof leidt uit de tussen partijen gevoerde correspondentie af dat X wel degelijk wist dat er zonder dekking voor werkgeversaansprakelijkheid werd geopereerd, zodat de verwijten van X richting Bénnel geen doel treffen.

Samengevat is ook het hof in navolging van de rechtbank van oordeel dat Bénnel X voldoende heeft geïnformeerd over het eindigen van de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Volgens het hof heeft Bénnel voldoende pogingen ondernomen om een vervangende AVB-polis te regelen. Bénnel heeft in dit geval aan haar zorgplicht voldaan nu zij zich in voldoende mate heeft ingespannen om een vervangende AVB-polis met dekking voor werkgeversaansprakelijkheid te regelen. Louter het gegeven dat het Bénnel niet gelukt is om een dergelijke dekking te realiseren, is volgens het hof  onvoldoende om aansprakelijkheid van Bénnel te kunnen aannemen. Het hof bekrachtigt dan ook het vonnis van de rechtbank.

 

Lees hier het artikel zoals het is verschenen in Beursbengel 909 | november 2021

Lees hier het artikel zoals het is gepubliceerd op Platform Flink

Onze expertises

  • toezichtwetgeving (waaronder vakbekwaamheid en beloning);
  • bedrijfsovername en portefeuilleoverdracht;
  • verzekeringsrecht en aansprakelijkheidsrecht;
  • arbeidsrecht;
  • samenwerking met aanbieders of tussen intermediairs onderling;
  • nieuwe distributiekanalen.

Onze expertises

Wij stellen de bedrijfsvoering, de klant en het personeel van intermediairs centraal

Bedrijfsovername

  • Due Diligence Onderzoek (DDO)

  • Onderhandelen

  • Contracten opstellen

Geschillen

  • Dekkingsgeschillen

  • Aansprakelijkheidskwesties

  • Aandeelhoudersgeschillen

Financieel toezicht

  • Advies Wft / Bgfo

  • Vergunning

  • Beheerst beloningsbeleid

Contracten

  • Opstellen overeenkomsten

  • Beoordelen (polis) voorwaarden

  • Herschrijven voorwaarden op B1-niveau

  • Gespecialiseerd

    in de financiële branche

  • Advies en begeleiding

    bij aan- of verkoop van een assurantieportefeuille

  • Specifiek

    gericht op het intermediair

  • Klankbord en adviseur

    bij geschillen tussen diverse partijen

Polis Advocaten in

Wilt u meer weten of wilt u persoonlijk kennismaken?
Neemt u dan gerust contact met ons op.

  • Adres

    Laan van Nieuw Oost-Indië 133C
    2593 BM Den Haag